Oorlogsgravenstichting
Vervulling van een ereplicht, toen, nu en in de toekomst.


"Het is een nationale ereplicht de graven van oorlogsslachtoffers op te sporen en blijvend te verzorgen".
Deze ideële gedachte bleek de gevoelens van velen te vertolken en leidde op 13 september 1946 
in Den Haag tot de oprichting van de Oorlogsgravenstichting (OGS).

Initiatiefnemer was reserve luitenant-kolonel dr. A. van Anrooy. In zijn functie van hoofd van de Dienst Identificatie en Berging van het toenmalige ministerie van Oorlog, kwam hij dagelijks in contact kwam met het leed dat de Tweede Wereldoorlog in Nederland had aangericht. Van Anrooy kreeg voor zijn plannen brede maatschappelijke steun en medewerking van verschillende ministeries. Dr. Van Anrooy zou ongetwijfeld president van de Oorlogsgravenstichting geworden zijn, maar hij kwam op 24 december 1946 bij een verkeersongeluk om het leven. Zijn vrouw, H.G. van Anrooy-de Kempenaer, werd benaderd voor de functie, die ze uiteindelijk vijfentwintig jaar zou vervullen.

Het doel van de Oorlogsgravenstichting was: 'het aanleggen, inrichten, in stand houden en verzorgen van graven en erevelden -waar ook ter wereld- van na 9 mei 1940 gevallen militairen van de Nederlandse krijgsmacht en van Nederlandse burgers die, hetzij metterdaad de vijand bestrijdende, dan wel ten gevolge van hun handelingen of houding tegenover de vijand, het leven hebben verloren.' In het bestand van de stichting zijn ruim 180.000 namen van Nederlandse oorlogsslachtoffers opgenomen. De Oorlogsgravenstichting houdt toezicht op het onderhoud van ongeveer 55.000 aanwijsbare Nederlandse oorlogsgraven, verspreid over de hele wereld. Deze graven zijn te vinden op erevelden, maar ook op gewone begraafplaatsen in dorpen en steden. Ruim 125.000 slachtoffers hebben geen aanwijsbaar graf. Zij zijn omgekomen op zee, vergast en gecremeerd in de concentratiekampen, naamloos begraven in massagraven of staan als vermist te boek. Hun namen zijn opgenomen in een 42-delige serie gedenkboeken. Het motto daarbij was een zinsnede uit een toespraak die koningin Wilhelmina in de oorlog, op 6 mei 1942, voor Radio Oranje had gehouden:

'Nederland zal de martelaren die vielen voor zijn bevrijding, nimmer vergeten. Naam voor naam,  
persoon voor persoon, zal hun nagedachtenis bij ons voortleven.'