|
Artikel 57ste jaargang * nr 47 * 24 november 2001
Door Gerlof Leistra
Een rasmarinier Jan den
Haan 1930-2001
Als stafofficier van het Korps Mariniers was Jan
den Haan in de jaren zeventig betrokken bij de eerste
terreurbestrijding in Nederland. Hij zat in de crisisstaf
tijdens diverse Molukse gijzelingen en de treinkaping bij
Beilen, en doorbrak na 106 uur de gijzeling van een kerkkoor
in de Scheveningse strafgevangenis door onder anderen de
Palestijnse terrorist Nuri en de Haagse crimineel Daan Denie.
De laatste drie jaar van zijn imposante loopbaan
bij de mariniers was Den Haan als generaal-majoor de hoogste
man. Hij was lid van het Hoog Militair Gerechtshof in Den Haag
en was na zijn pensioen tien jaar directeur van de
Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Op 9 november overleed Den
Haan plotseling op 71-jarige
leeftijd. Aanvankelijk overwoog Jan den Haan, op
20 juli 1930 geboren als zoon van een hoofdonderwijzer in
Sassenheim, biologie te gaan studeren. Maar beïnvloed door de
Tweede Wereldoorlog koos hij voor de Koninklijke Marine. Bij
de keuring bleek zijn geschiktheid voor de mariniers. Begin
jaren vijftig diende Den Haan anderhalf jaar in Nieuw-Guinea,
destijds nog een Nederlandse kolonie. In het ruige gebied van
de Wisselmeren wist hij een bloedige stammenstrijd te
beslechten. Terug in Nederland verzorgde Den Haan
samen met Dick Romijn zes jaar lang de opleiding van jonge
officieren. 'Hij was veel te velde en op de schietbaan,' zegt
Romijn (73). 'Koudweertraining, bergbeklimmen, het was
allemaal nieuw. Skiën leerden we nog op de dennennaalden van
Duinrell bij Wassenaar. Jan was
ijzersterk.' Anton Loontjes (79) diende als
sergeant onder Den Haan. 'Wie op oefening zijn geweer was
vergeten, moest voor straf de rest van de dag met de
grondplaat van een mortier op zijn rug rondsjouwen. Discipline
was voor hem heilig. Hij heette Den Haan, maar liep ook
zo.' Met vrouw en twee kinderen zat hij drie jaar
op Aruba, van 1964 tot 1967. Amper terug in Nederland zei hij
op een dag tegen zijn vrouw: 'Ik ga morgen naar het
Midden-Oosten.' Namens de Verenigde Naties was hij een jaar
lang militair waarnemer in Damascus en later in
Tiberias. In 1980 volgde hij Romijn op als
generaal-majoor. Romijn: 'Hij was gewoon de beste. Jan was
zeer veelzijdig. Bij examens voor de marinierskapel keek hij
niet alleen of de kandidaten goed waren geknipt en geschoren
en de knopen blonken, maar kon hij ook een kundig oordeel
geven over de muzikale kwaliteiten.' Met gepaste trots
presenteerde hij op 30 april 1980 het korpsvaandel bij de
inhuldiging van koningin Beatrix. Inmiddels met
pensioen werd Den Haan in 1985 directeur van de
Oorlogsgravenstichting. Die beheert wereldwijd 55 duizend
graven van gesneuvelde militairen. 'In het begin was hij een
echte marinier en probeerde hij de stichting op militaire
leest te schoeien,' zegt archivaris Johan Teeuwisse (36).
'Maar hij had snel door dat die aanpak bij burgers niet
werkte. Hij was zeer to the point en werkte vanuit een groot
gevoel van piëteit jegens de slachtoffers van
oorlogsgeweld.' Vijftien jaar was Den Haan tevens
bestuurslid van de Koninklijke Nederlandse Redding
Maatschappij. 'Hij was recht door zee en zat vol humor,' zegt
medebestuurslid Wim de Vin (66). 'Maar hij was geen diplomaat.
Een rasmarinier.'
|